Vaccinaties

Bij het paard is het mogelijk om tegen verschillende ziekten te vaccineren. Het heeft tot doel om ziekte te voorkomen. Hieronder worden de vaccinaties weergegeven die mogelijk zijn bij het paard.


Influenza
Paardeninfluenza wordt veroorzaakt door een influenza virus. Influenza is een besmettelijke aandoening en kan zich snel door een koppel paarden verspreiden. Het virus komt via de neus van het paard binnen. De verschijnselen bij paarden bestaan uit koorts, sloom, luchtwegproblemen zoals een droge pijnlijke hoest, neusuitvloeiing en stijve spieren. Bij influenza kunnen complicaties optreden in de vorm van een chronische bronchitis en hartproblemen.

Paarden kunnen tegen influenza worden ingeënt. Meestal wordt deze gecombineerd met tetanus. De basisenting bestaat uit twee entingen. De eerste enting wordt bij veulens gegeven op een leeftijd van zes maanden (indien de moeder van het veulen correct is gevaccineerd). De tweede vaccinatie vindt 4-6 weken na de eerste plaats. Herhaling moet jaarlijks plaatsvinden (binnen de 365 dagen)


Tetanus
Tetanus is een bacteriële infectie die meestal optreedt bij open wonden. De infectie wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani die op de grond en in de darmen van het paard leeft. De tetanus bacterie maakt bepaalde gifstoffen aan, ook wel neurotoxines genoemd, die het zenuwstelsel van het paars aantasten. De verschijnselen bestaan uit een stijve gang, en een typische houding met de staart en oren omhoog, en een angstig hoofd met verkrampte spieren. Als de infectie verergerd kan er een kaakklem ontstaan, waardoor het dier niet meer kan kauwen en slikken. De infectie leidt uiteindelijk tot het totaal verstijven van de benen, waardoor het paard niet meer kan lopen en zal omvallen.

De enting tegen tetanus kan in combinatie met influenza gegeven worden. Echter tegen tetanus is niet ieder jaar, maar om het jaar een herhalingsenting noodzakelijk voor een voldoende bescherming. De basisvaccinatie komt overeen met die van influenza.


Rhinopneumonie
Rhinopneumonie is een virusinfectie bij paarden. Er zijn drie verschijningsvormen bij paarden bekend.
De eerste vorm is de vorm waarbij verkoudheid wordt gezien. Deze vorm is te vergelijken met een influenza infectie. De verschijnselen beginnen met met lichte koorts, sloom en een gebrek aan eetlust. Later treden er verschijnselen op aan het ademhalingsstelsel, zoals hoesten, neusuitvloeiing, benauwdheid en zwelling van de klieren. Tegen deze vorm van rhino geeft vaccinatie een goede bescherming. De basisenting bestaat uit een tweemalige enting met 4-6 weken tussentijd. Vervolgens moet er ieder halfjaar een herhalingsenting worden gegeven om de bescherming optimaal te houden.

Een andere verschijningsvorm van rhino is de abortus vorm. Drachtige merries kunnen 1- 4 maanden na het ontstaan van een infectie aborteren. Vaccineren kan het aantal abortus verminderen, maar nooit helemaal voorkomen op een bepaalde locatie. Hiervoor moeten alle dieren gevaccineerd zijn. De vaccinatie moet plaatsvinden in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht.

Een derde verschijningsvorm is de vorm waarbij verlamming optreedt aan de achterhand. Een infectie met deze vorm treedt niet op als een koppelaandoening, maar is vaak individueel. Vaccinatie tegen deze vorm geeft niet altijd voldoende bescherming om verlamming te voorkomen.


Huidschimmelinfecties
Tegen huidschimmel bij het paard is vaccinatie mogelijk. Veelal zijn schimmelinfecties hardnekkig en is de behandeling langdurig. Vaccinatie is daarom een prima alternatief. Niet alleen kan preventief worden gevaccineerd, ook het paard dat al huidschimmel heeft kan worden gevaccineerd. De vaccinatie moet na 2 weken worden herhaald. Het is mogelijk om uw paard daarna jaarlijks te vaccineren. Schimmel is een zoönose d.w.z. dat de ziekte overdraagbaar is op de mens.


West Nile virus:
Het West-Nile virus is een virusziekte die door muggen wordt overgedragen. De ziekte is niet besmettelijk, dus een geïnfecteerd paard kan geen andere dieren of mensen besmetten. De klinische verschijnselen van een geïnfecteerd paard zijn koorts, slecht  kunnen slikken, slechtziendheid, strompelen, spierzwakte en onvermogen om op te staan. Uiteindelijk kunnen de dieren in coma raken. Tegen het West-nile virus kan preventief worden gevaccineerd. De basisvaccinatie bestaat uit 2 vaccinaties met een interval van 4 weken. De herhalingsvaccinatie vindt jaarlijks plaats.