bekijk vestigingen

Vaccinaties bij paarden

Vaccinaties

Bij het paard is het mogelijk om tegen verschillende ziekten te vaccineren. Het heeft tot doel om ziekte te voorkomen. Hieronder worden de vaccinaties weergegeven die mogelijk zijn bij het paard.

Influenza
Paardeninfluenza wordt veroorzaakt door een influenza virus. Influenza is een besmettelijke aandoening en kan zich snel door een koppel paarden verspreiden. Het virus komt via de neus van het paard binnen. De verschijnselen bestaan uit koorts, sloomheid, luchtwegproblemen zoals een droge pijnlijke hoest, neusuitvloeiing en stijve spieren. Paarden die ziek zijn van influenza kunnen chronische luchtwegproblemen en hartproblemen ontwikkelen. De besmettelijkheid van influenza en de kans op ernstige complicaties maakt dat paardeneigenaren in Nederland gelukkig vaak kiezen voor vaccinatie. Het vaccinatieschema dat de hoogste afweerstoffen tegen de ziekte geeft bestaat uit een basisenting van 3 entingen: De eerste enting wordt bij veulens gegeven op een leeftijd van zes maanden (indien de moeder van het veulen correct is gevaccineerd). De tweede vaccinatie vindt 4-6 weken na de eerste plaats en de derde 5 maanden na de tweede vaccinatie. Vervolgens elk half jaar een herhalingsenting. Als uw paard deelneemt aan FEI-evenementen moet volgens dit schema gevaccineerd worden.

De KNHS keurt een minder intensief vaccinatieschema goed, omdat hierdoor een grotere populatie paarden gevaccineerd wordt en hierdoor het influenzavirus weinig grip kan krijgen op onze paardenpopulatie in Nederland. Daardoor zal het virus moeilijk het hele land rond kunnen gaan als de ziekte ergens uitbreekt. Volgens het vaccinatieschema van de KNHS krijgt uw paard een basisenting bestaande uit een eerste enting met 3 weken tot 3 maanden later een tweede enting. Vervolgens vindt er een jaarlijkse herhalingsenting plaats (binnen de 365 dagen).

De influenza vaccinatie kan gecombineerd worden met de tetanus vaccinatie.

Tetanus
Tetanus is een bacteriële infectie die meestal optreedt bij open wonden. De infectie wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani die op de grond en in de darmen van het paard leeft. De tetanus bacterie maakt bepaalde gifstoffen aan, ook wel neurotoxines genoemd, die het zenuwstelsel van het paard aantasten. De verschijnselen bestaan uit een stijve gang, een typische houding met de staart en oren omhoog en een angstig hoofd met verkrampte spieren. Als de infectie verergerd kan er een kaakklem ontstaan, waardoor het dier niet meer kan kauwen en slikken. De infectie leidt uiteindelijk tot het totaal verstijven van de benen, waardoor het paard niet meer kan lopen en zal omvallen.

Dieren met tetanus zijn moeilijk te behandelen en hebben geen gunstige prognose. Daarom wordt tegen deze ziekte gevaccineerd. De enting tegen tetanus kan in combinatie met influenza gegeven worden. In tegenstelling tot influenza is een herhalingsenting van tetanus om het jaar nodig, omdat het 2 jaar werkzaam is. De basisvaccinatie komt overeen met die van influenza.

Drachtige merries dienen altijd goed gevaccineerd te zijn, omdat deze groep een groter risico heeft op infectie met de tetanus bacterie rondom het veulenen. Indien uw paard niet gevaccineerd is tegen tetanus en een verwonding oploopt is het nodig deze een injectie te geven met tetanusserum. Dit is veel kostbaarder dan de tetanus vaccinatie.

Rhinopneumonie
Rhinopneumonie is een herpesvirusinfectie bij paarden en kan onder andere via kleine deeltjes in de lucht worden overgedragen. Als een paard eenmaal drager is van het herpesvirus, zal het zijn leven lang virus bij zich dragen (en kunnen verspreiden). Het virus kan dan lange tijd in latente (slapende) toestand blijven, tot bijvoorbeeld de afweer een dip krijgt en het virus weer verschijnselen kan geven. Er zijn drie verschijningsvormen bij paarden bekend.

De eerste vorm is de vorm waarbij verkoudheid wordt gezien. Deze vorm is te vergelijken met een influenza infectie. De verschijnselen beginnen met lichte koorts, sloomheid en een gebrek aan eetlust. Later treden er verschijnselen op aan het ademhalingsstelsel, zoals hoesten, neusuitvloeiing, benauwdheid en zwelling van de klieren. Tegen deze vorm van rhino geeft vaccinatie een goede bescherming. De basisenting bestaat uit een tweemalige enting met 4-6 weken tussentijd. Vervolgens moet er ieder halfjaar een herhalingsenting worden gegeven om de bescherming optimaal te houden. Een andere verschijningsvorm van rhino is de abortus vorm. Drachtige merries kunnen 1- 4 maanden na het ontstaan van een infectie aborteren. Vaccineren verminderd het risico op abortus ten gevolge van een rhino-infectie. Vaccineer alle dragende merries op stal met een enkelvoudige enting in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht. Een derde verschijningsvorm is de vorm waarbij verlamming optreedt aan de achterhand. Een infectie met deze vorm treedt niet op als een koppelaandoening, maar is vaak individueel. Vaccinatie tegen deze vorm geeft niet altijd voldoende bescherming om verlamming te voorkomen.

Huidschimmelinfecties
Tegen huidschimmel bij het paard is vaccinatie mogelijk. Veelal zijn schimmelinfecties hardnekkig en is de behandeling langdurig. Vaccinatie is daarom een prima alternatief. Niet alleen kan preventief worden gevaccineerd, ook het paard dat al huidschimmel heeft kan worden gevaccineerd. Het vaccin kan gegeven worden bij paarden vanaf een leeftijd van 5 maanden. De vaccinatie moet na 2 weken worden herhaald, waarna uw paard minimaal 9 maanden beschermd is. Schimmel is een zoönose d.w.z. dat de ziekte overdraagbaar is op de mens.

West Nile virus
Het West-Nile virus is een virusziekte die door muggen wordt overgedragen. De ziekte is niet besmettelijk, dus een geïnfecteerd paard kan geen andere dieren of mensen besmetten. De klinische verschijnselen van een geïnfecteerd paard zijn koorts, slecht  kunnen slikken, slechtziendheid, strompelen, spierzwakte en onvermogen om op te staan. Uiteindelijk kunnen de dieren in coma raken en/of overlijden. Tegen het West-Nile virus kan preventief worden gevaccineerd. De basisvaccinatie bestaat uit 2 vaccinaties met een interval van 4 weken. De herhalingsvaccinatie vindt jaarlijks plaats. 

Droes
Droes wordt veroorzaakt door een bacterie (Streptococcus equi equi) en zorgt voor infectie van de voorste luchtwegen. De ziekte is zeer besmettelijk en uit zich in koorts en lusteloosheid, vervolgens zetten de lymfeknopen (voornamelijk in keelgebied) op en kunnen deze zich ontwikkelen tot abcessen. De bacterie wordt verspreid door de pus uit abcessen, maar ook door neus-neus contact en indirect contact (kleding, laarzen, handen, etc).

Indien een paard op stal verdacht wordt van droes dient het de voorkeur deze zo snel mogelijk te isoleren van de rest. Een strikt hygiënische omgang houdt in dat er bij voorkeur maar 1 persoon is die het zieke dier verzorgt zodat (indirect) contact tussen het zieke dier en de gezonde dieren niet mogelijk is. Paarden die droes hebben doorgemaakt kunnen de bacterie nog 4-6 weken uitscheiden. Ook kunnen zogenaamde ‘dragers’ ontstaan: paarden die hersteld zijn van de ziekte dragen de bacterie dan nog steeds bij zich (vaak in de luchtzakken) en kunnen andere paarden besmetten. Dragers zijn op te sporen en kunnen droes-vrij worden na spoeling van de luchtzakken.

Vanwege de hoge besmettelijkheid en de kans op ernstige benauwd door vergrote lymfeknopen is een vaccin ontwikkeld tegen de droes bacterie. Dit vaccin kan ingezet worden als uw paard/pony een verhoogd risico heeft op het oplopen van droes, bijvoorbeeld doordat een ander paard op stal droes heeft. Paarden kunnen vanaf een leeftijd van 4 maanden geënt worden door een tweevoudige vaccinatie toe te dienen met een interval van 4 weken er tussen. Immuniteit treedt 2 weken na basisvaccinatie op en werkt tot 3 maanden. Hervaccinatie is mogelijk met een enkele enting, elke 3 maanden.
© Slingeland Dierenartsen | Algemene voorwaarden volg ons op:
" target="_blank">